Het zou niet goed zijn om snobistisch te doen over Nespresso-koffie. Ik woon ongeveer in de grachtengordel en daarmee is mijn snobistisch krediet al meteen verspeeld. Bovendien is het zielig een merk aan te vallen; drink het dan gewoon niet. Dat mag allemaal waar zijn, maar de koffie die George Clooney zo makkelijk lijkt weg te happen, is onbetamelijk smerig. Althans, de koffie die uit het apparaat kwam dat ik leende, nadat ik in-between-espressomachines raakte. De man kan echt acteren, dacht ik nog.
Terwijl mijn leven omhoog kroop naar het burgerleven van voorbij en over van een veertiger met een hypotheek en schoolgaande kinderen, maakte mijn koffieconsumptie een terugval naar de middelbare schoolperiode. Je gooide een kwartje en een dubbeltje in een automaat, er viel een bruin plastic bekertje uit een gat tussen twee armpjes en daarna werd de beker gevuld met iets waterigs, iets tegen zwart aan, met een zeer specifieke geur die het lekkerste rook uit de mond van de leraar Latijn, om negen uur ’s ochtends.
“Handig wippen ze hun pistons als cowboys uit het apparaat, kloppen ze uit boven een afvalbakje, slaan met melkkannetjes op counters en maken dan blaadjes, hartjes of non-descripte Rorschachvlekken in je cappuccino met havermelk.”
Na alle soorten cupjes te hebben geprobeerd en weggegooid, kon ik zelfs het gebrom van het persen niet meer horen. Zuchtig heb ik alle koffietentjes in een straal van vijfhonderd meter uitgeprobeerd. Dat zijn er tegenwoordig nogal wat in Amsterdam, de ene barista tuimelt over de andere heen. Handig wippen ze hun pistons als cowboys uit het apparaat, kloppen ze uit boven een afvalbakje, slaan met melkkannetjes op counters en maken dan blaadjes, hartjes of non-descripte Rorschachvlekken in je cappuccino met havermelk. Havermelk, want het moet wel snobistisch blijven. Ik probeerde de tekeningen te duiden zoals men vroeger in de Jordaan koffiedik keek. Er zou bloei komen in mijn huidige project, ik ging duidelijk op reis en over die ene verschrompelde penis was ik nog niet uit.
Toen ik de vijfjarige zoon met enige teleurstelling vroeg of hij toch weer aan het nagelbijten geslagen was, antwoordde hij me: “Maar mama, nagelbijten is voor mij net zoals koffie voor jou. Ik kan gewoon niet zonder.” Daar had ik niet van terug en dus ging ik op Marktplaats op zoek naar een tweedehands espressomachine.
Na lang zoeken vind ik Jenny, die op drie kilometer van mij moet wonen. Als ik een tweede bod doe, antwoordt Jenny: “Ik ging al akkoord met het vorige bod, hoor, dat lijkt me goed zo.” Haar naam boezemde me al vertrouwen in. Dit is vast een zestiger die eerder bij mij om de hoek heeft gewoond en nu met haar man, die niet goed is met internet, in Osdorp is neergestreken.
“In mijn studententijd heb ik daar met veel plezier gewoond, maar in het donker woon je toch liever ergens anders”
De afspraak om hem op te halen verloopt al even vloeiend en voor ik het weet (ik had er nogal haast mee, mijn handen waren inmiddels aan het trillen door de ontwenningsverschijnselen), parkeer ik om de hoek bij Jenny, in een doodlopende straat. Het is donker en terwijl ik de weg kwijt ben, lopen er twee jongens achter me aan die: “welkom terug in Osdorp” lijken te sissen. In mijn studententijd heb ik daar met veel plezier gewoond, maar in het donker woon je toch liever ergens anders.
Blij dat ik haar gebouw heb gevonden, bel ik aan. Ze zegt “Joe!” en drukt de deur open. Ik krijg opeens heel veel zin in koffie met Jenny. Bovengekomen bereik ik een galerij. Ik loop zo dicht mogelijk langs de rij voordeuren, want het is net te hoog om niet bang te zijn en het uitzicht biedt minder troost dan de koffie. Ik druk op de bel en Jenny zwaait de deur open. Ze blijkt net zo oud of jong als ik, verwelkomt me alsof ik een vriendin ben en eist dat ik met mijn natte zolen in de gang ga staan. Daar heeft zij het apparaat al neergezet, op een gezellig kleedje, tussen jassen en foto’s van haar knappe dochter en even knappe man. “Ik zal hem meteen effe aanzetten, want het kost wel geld en dan wil je natuurlijk eerst proeven.” Ze zet de schakelaar aan en pakt een klaargezette papieren beker. Zo is Jenny, ze heeft aan alles gedacht.
“Ik bewonder Jenny. Ze lijkt het leven zoveel beter in de hand te hebben dan ik.”
In het display van het wat verouderde apparaat licht in rode letters op: “WAT MOET JE?”
“Je moet maar niet op die teksten letten, die heeft mijn ex er ooit ingezet. Ik weet niet hoe je dat eruit krijgt. Dus jij woont in de Jordaan? Gezellig. Ja, ik woon nu hier”, zegt ze, terwijl ze op de koffieknop drukt. De letters kondigen een “LEKKER BAKSKE” aan. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom Jenny en hij niet meer bij elkaar zijn. Als ik de dosis koffie binnen heb, leegt ze de reservoirs in de kattenbak op de galerij. “Anders heb je die prut in je auto.” Ik bewonder Jenny. Ze lijkt het leven zoveel beter in de hand te hebben dan ik.
Ze vraagt of ik zeker weet dat ik het zo kan tillen. Ik poch van wel. Licht door mijn rug zakkend probeer ik Jenny liefdevol te groeten als ik de galerij op stap, wat er per ongeluk uitkomt als: “Later, Jenny.” Ik weet niet wat ze in me losmaakt, maar het komt van een goede plek.