Op 5 mei wandelde ik door Amsterdam, hoofdstad in tijdelijke ruste. Ten opzichte van Koningsdag leek de stad levendiger. Als een prelude op wat komen gaat vanaf 1 juni zaten er mensen op de bankjes rond het café waar ze hun consumpties konden afhalen, wat ergerlijk genoeg op bordjes stond gekrijt als ‘takeaway’. Dat deden ze naar drie meter verderop, waar ze dicht op elkaar neerstreken in de zon en waar het begon te lijken op voorheen.
Maar schijn bedriegt; wie erlangs loopt en het aanziet, voelt de dreiging van ziekte en dood in de lucht hangen. Zoals weinigen er tegenwoordig nog in slagen naar een film te kijken en níet geagiteerd te raken omdat de acteurs geen afstand houden. Gek hoe vlug het nieuwe normaal de bestaande beelden overschrijft. We hebben vaccin noch behandeling, noch adequate bescherming om ons veilig te weten. In de fase van de exit uit de soort-van-lockdown zal er een continue dreiging, op zijn minst alertheid gaan spelen bij een groot deel van de bevolking, terwijl het andere deel weigert afstand te houden omdat ze de ernst van het virus ontkennen of er geen zin meer in hebben, een struisvogelende exitstrategie. In samenlevingen is er altijd een deel van de mensen wakker – woke heet dat tegenwoordig, maar ik zeg ook niet takeaway, dus wakker – en een ander deel kiest ervoor om weg te kijken, de ogen te sluiten voor de realiteit.
De 75e Dodenherdenking op de Dam was de meest waardige die ik ooit heb gezien. De toespraak van Arnon Grunberg was van grote waarheid. Ieder woord was raak en sommige nog pijnlijker raak dan andere, zoals: “Als ze het over Marokkanen hebben, dan hebben ze het over mij.” Een zin die al het racisme in de sociale media wist los te maken en daarmee nog meer zeggingskracht kreeg. In zijn toespraak liet hij ons met de vinger naar onszelf wijzen en naar het nu, naar de dagelijkse verantwoordelijkheid om niemand uit te sluiten, niet te oordelen over individuen omdat ze toevallig tot een bepaalde groep behoren, en nooit te vergeten dat het kwaad schuilt in eenieder, te beginnen in jezelf.
De koning bracht de waarschuwing van Grunberg ogenschijnlijk direct in de praktijk door aan te geven dat mensen destijds werden afgevoerd ten overstaan van een zwijgende menigte, dat er ook nu wordt gediscrimineerd en dat we niet normaal moeten maken wat niet normaal is. De eerstvolgende keren dat ik door het Vondelpark fiets, zal ik denken aan de bordjes waarop ‘Voor Joden verboden’ stond en aan Sobibor.
Willem-Alexander spaarde zichzelf en zijn familie niet door kritisch te zijn op zijn overgrootmoeder en haar daden in oorlogstijd. Hij toonde zijn worsteling met zíjn generationele last en maakte zich door in het openbaar te worstelen tot één van ons. In mij riep het de herinnering op aan zijn vader, Prins Claus, die op geweldige wijze is omgesprongen met de gevoeligheid van zijn Duitse afkomst; door bruggen te slaan.
Passend bij de jubilerende herdenking was ook de unieke leegte op het plein. Het belangrijkste in de muziek is de stilte tussen de noten. Het was een vreeswekkende leegte die voelbaar maakte wat er werd herdacht. Datgene dat wij allen het meeste zouden moeten vrezen: oorlog, een vijand die vrijheid, democratie, rechtsstaat en alles van waarde aanvalt of doodt. Geen vergelijk met de huidige pandemie, een virus dat zich kenmerkt door ongrijpbaarheid en een razendsnelle verspreiding, maar dat zich niet bezighoudt met alles van waarde. Een leep virus, maar verder dom.
De wind gierde door de touwen van de vlaggenstokken alsof er zes mensen stonden op een winderige Waalsdorpervlakte. Alleen het bellen van de tram en het om zich heen kijken van de burgemeester, alsof zij de vrouw des huizes was en keek of de glazen van de visite nog wel goed gevuld waren en de boel een beetje netjes, verraadden dat dit Amsterdam was. De stilte vond ik minder indrukwekkend dan wanneer die wordt betracht door 20.000 mensen tegelijk. Het kan ook zijn dat een krijsende meeuw daar debet aan was. Er zwemmen weliswaar nog geen dolfijnen door de grachten, maar misschien zijn de meeuwen bij wijze van positieve kanaries in de kolenmijn een voorteken van een verhoogde visstand, en moet ik het krijsen opvatten als een teken van hoop in plaats van als iets ijzingwekkends.
De takeaway message van de Dodenherdenking op de Dam in 2020 was duidelijk. Klaar om te worden meegenomen naar huis en te consumeren. Wat een herdenking. Zelfs het tussendoor ontsmetten van het spreekgestoelte was mooi.