In mijn vak is het niet raar om dingen te horen als: ‘En toen drukte hij zijn handen op mijn keel’, of: ‘Ik kan mijn eigen lichaam niet voelen’, of: ‘Kun jij me één reden geven waarom ik zou moeten leven?’
Vliegtuigen met geliefden storten neer, mensen verliezen hun kind aan de dood, zijn te depressief om hun zware lichamen uit bed te krijgen, hebben (jeugd)trauma’s, verdoven zich met middelen, zijn bang voor alles, elkaar en voor zichzelf, zitten opgesloten in hun hoofd, of aan de grond, worden ziek, weten niet meer wie ze zijn, of hoe het is om gewoon een beetje voor je uit te kunnen leven.
Het is godzijdank lang niet alleen maar kommer en kwel. In een beetje spreekkamer wordt minstens zo vaak gelachen als gehuild, als het goed is. Bovendien ken ik geen andere plek waar je zo wordt geconfronteerd met de veerkracht, hoop en het groeipotentieel van de menselijke soort. Het is een verademing. Ik leer net zoveel als mijn cliënten, daar kan geen bijscholing tegenop.
De cliënt staat centraal en de therapeut is in essentie dienend voor diens proces, altijd. Daarom was de kwestie die zich afgelopen week voordeed rond een voormalig psychiater ook zo ernstig dat het wat mij betreft noodzakelijk is om er iets over te zeggen, ook al voel ik flinke weerstand om nog meer woorden aan hem te wijden. Het moet, voor deze cliënt/ patiënt, voor iedereen die ooit in therapie is geweest of zal gaan, voor psychotherapeuten, psychologen en psychiaters die de verantwoordelijkheid dragen voor de privacy en veiligheid van wie zij behandelen.
Bram Bakker behandelde jarenlang een cabaretier, waar De Telegraaf een artikel over wilde schrijven. Men kon de man niet rechtstreeks bereiken en belde wel met Bakker. Het eerste dat een zorgverlener dan zegt is: Ik kan en ga hier niets over zeggen. Zo niet Bakker, die in een vlaag van ijdelheid, of wat het ook geweest mag zijn, ronduit enthousiast begon te praten over wat er allemaal mis was met zijn voormalig patiënt. De alinea’s lange reactie op vragen voor een toch al discutabel artikel in een rellerige krant over hoe het zou gaan met de cabaretier, was weerzinwekkend. Ik ben er enorm van geschrokken.
Vertrouwelijkheid en het beroepsgeheim zijn de ruggengraat van elke therapie. Daar begint en eindigt alles. Dat gaat ook op voor andere medische disciplines, maar hier komt het, met alles wat in een spreekkamer ter tafel komt, nog een stuk nauwer. Zonder overdrijving kan ik zeggen dat er geen werkweek voorbijgaat zonder dat ik stilsta bij de eer, maar ook de verantwoordelijkheid die bij dit vak komt kijken. Ik doe niet alles goed en maak fouten, maar aan dat besef valt niet te tornen. Men deelt met ons vaak voor het eerst het aller-, allerintiemste. Dat vereist moed. Schaamte en angst heersen soms sessies lang voordat iemand zich veilig genoeg kan voelen om zich te openen. Soms lijkt alles al verteld in de tijd dat de therapie loopt, maar komt er na een ruim jaar alsnog iets bovendrijven dat alles kantelt. Onveiligheid is altijd een thema, voor iedereen. Voor mensen die in de war zijn en anderen meer wantrouwen dan ze normaliter doen, maar ook voor mensen die wonden hebben op dat gebied. Wie niet, zou ik helaas willen zeggen.
Bakker is geen psychiater meer, die functie legde hij neer in 2021, maar hij is basisarts. In het artikel in de T. zegt Bakker dat hij de betreffende man tien jaar heeft behandeld, maar nu geen behandelrelatie meer met hem heeft, waardoor hij ‘vrijuit kan praten’. Los van deze flagrante onzin, je deelt zelfs na het overlijden van een patiënt geen informatie over diens therapie en natuurlijk mag je niet ‘vrijuit praten’, werpt dit de vraag op: Waarom zou hij dat zo enthousiast wíllen?
Daar komen we op het glibberige gebied van de psychologische duiding. Wat drijft een voormalig behandelaar om zo beschadigend over iemand te willen praten? Bakkers relaas klinkt straffend. ‘Ik heb de stekker eruit getrokken, hij is een dramatisch geval en alle behandelingen zijn op niets uitgelopen.’ Met als dieptepunt dat Bakker zegt dat als hij alle uren die hij met hem heeft gewerkt zou declareren, hij voorlopig niet meer hoefde te werken. Toch nog een afrekening.
Je vraagt je af wat Bakker zo gekrenkt heeft en waarom hij daar niet gewoon een ‘plekje voor heeft gevonden’. Wat er mis is met zijn empathie- of hij erbij stil heeft gestaan wat er met iemand gebeurt als je dit in een krantenkiosk over jezelf moet lezen, of erger nog, op alle (sociale) media, terwijl je hoogstwaarschijnlijk niet in goeden doen bent. Het lijkt me zinvol de inhoud volstrekt te negeren als iemand er in een ongelijkwaardige relatie dusdanig met gestrekt been ingaat.
De cabaretier zou ik op het hart willen drukken dat hij breed en warm wordt gesteund en dat Bakker zich schandelijk heeft gedragen. De reactie van Bakker heeft niets te maken met hoe het er in de GGZ aan toegaat en hoort te gaan. De werkelijkheid in de spreekkamers door het hele land is er één van veiligheid en vertrouwen. Ik zou Bakker dolgraag op zijn gedrag willen afrekenen en niet op de persoon, zoals wij terecht getraind zijn om te doen. Maar helaas, het lukt me even niet.
Of meneer Bakker dit zal lezen?
Ik deel jouw verontwaardiging.
Stille groet,
LikeLike
Dank voor je reactie. Ik denk niet dat hij het zal lezen, maar ik weet dat Guzman het wel zal lezen en ik hoop dat hij zich gesteund voelt. Als psychotherapeut moest ik, vond ik, me hiervan distantieren. Dit beschadigt ook de beroepsgroep. Hartelijks, Merel
LikeLike