Onbeantwoorde vragen

“Oud-minister Ella Vogelaar (69) onverwachts overleden”, kopte de NOS dinsdagavond. Het eerste wat ik ‘hoopte’ was een hartaanval of iets anders acuuts fysieks, want zelfdoding is onder de doodsoorzaken de slechtst verteerbare. Het betekent op zijn minst dat de overledene diep ongelukkig is gestorven en dat de dood misschien afwendbaar was geweest. Een schokgolf ging door het land. Wellicht kent iedereen wel iemand die door zelfdoding stierf, want het gebeurt maar liefst vijf keer per dag in Nederland. 

Door welk denken word je beheerst onderweg naar die daad en wat zouden je laatste gedachten zijn? Hoe lang heb je het overwogen en hoe doorwrocht was die overweging? Groeide zij gaandeweg uit tot een wens? Werd het een stille wens, een razend intern verlangen, een wanhopig gedreun in je hoofd, of heb je het gedeeld met iemand anders? Wat heeft die ander toen gedacht of gedaan? In een ander, vaak voorkomend scenario was het een impuls. Een vlaag van verstandsverbijstering, soms van willen vliegen, van gekte. Maar er is altijd sprake van waangedachtes bij zelfdoding, zoals dat je denkt dat je anderen alleen maar tot last bent, of hoopt dat de pijn eindelijk stopt als jij stopt.

We weten van overlevenden van suïcidepogingen dat spijt relatief vaak voorkomt. Dat is al even onverdraaglijk, de eenzaamheid van dat je tijdens de poging toch door wilt leven, maar niet meer terug kunt. En dat niemand dat ooit zal weten, want spelen met zelfdoding is spelen met het definitieve. Dat lijkt er juist zo aanlokkelijk aan. 

Mensen die zichzelf van het leven beroven, sterven niet aan een angststoornis of aan een depressie; ze sterven om te ontsnappen aan de schaamte, de wanhoop en de eenzaamheid die ze door hun problemen zijn gaan ervaren. 

Daarom helpt praten. Het helpt om te ontsnappen uit de dwingende maalstroom aan negatieve gedachten, om alternatieven te vinden. Het helpt om begrip voor jezelf te krijgen, het enige tegengif tegen de schaamte die alles kapot wil maken. Het helpt om de eenzaamheid op te heffen.

Bij zelfdoding regeert de eenzaamheid. De dood is in zichzelf een nogal eenzaam fenomeen, maar zelden komt dit zo sterk tot uitdrukking als bij een suïcide. We blijven achter met talloze vragen en open eindes. We willen het begrijpen, rust voor die ander en onszelf, een antwoord op het waarom. Richting voor onze schuldgevoelens, boosheid, troost voor ons onstelpbare verdriet. Maar we zullen het nooit helemaal kunnen weten. Zo worden we, naast door de dood, nog een keer van elkaar gescheiden. Het enige instrument dat weerstand biedt, is de vragen te laten zweven en ons te hechten aan het leven van die ander, aan de liefde die ons, desnoods in de vorm van pijnlijk gemis, blijft binden. 

Wake up, Sylvie

Ze loopt catwalkend richting de spiegel en claimt net te zijn ontwaakt. Een aperte leugen, want ze ziet er niet alleen fantastisch, maar ook tot in de puntjes gestyled uit. Omdat Sylvie zelf ook wel weet dat wij weten dat het een leugen is, klapt ze bij die zin geforceerd in haar handen. Het is waarschijnlijk de achtste take en ze moet het steeds meer acteren, dat is te merken.

En dan gebeurt het. Ze praat opeens in de derde persoon tegen zichzelf, terwijl ze zich met één hand op elke wang wakker slaat. “Wake up, Sylvie, wake up!”, kletst ze synchroon met de ritmiek van de syllabes tegen haar wangen, gevolgd door een gespannen lachend: “Yeah, uhm..”, dat haar weer verbroedert met ons, inmiddels van ongemak in elkaar gekrompen kijkers. 

Dit filmpje hield de sociale media vrolijk bezig. De ene grap buitelde over het andere meme-filmpje. Aan de andere kant stonden mensen die vonden dat je Sylvie moest respecteren om haar glansrijke carrière en dito uiterlijk. 

Persoonlijk zou ik willen zeggen: Wake up, Sylvie. Als je echt een goede influencer wilt zijn, laat dan zien dat er meer te nuttigen valt dan twee gedroogde abrikozen en een glas selderijsap. Laat zien dat ook jij wallen hebt en lelijke karaktertrekken.

Zo kan succes toch niet zijn, Sylvie? Laten we wijn drinken en patat eten. Laten we dansen tot de zon opkomt en een filmpje in elkaar flansen met je haar door de war, je woorden verhaspeld, je lach spontaan en net iets te hard. Wake up to life, Sylvie. Sla jezelf niet meer. 

Strenge juf

Soms zag ik haar over het schoolplein snellen met lange bonenstaakbenen onder een rok tot over de knie, zoals het een klassieke juf betaamt. Het knotje droeg ze ook, meer grijs dan zwart inmiddels, de leesbril was eveneens present. Ze was allang gepensioneerd en bracht haar kleinzoon naar de school waar ze had gewerkt. Juf Maria, de juf die uit een kinderboek leek te zijn weggelopen. 

Toen de meester van groep vijf was uitgevallen omdat hij als bij donderslag was getroffen door een hartinfarct, viel juf Maria in. Docenten zijn schaars tegenwoordig en wij mochten onze handen dichtknijpen dat zij hiertoe bereid was, anders hadden onze kinderen nu thuis gezeten en waren wij panisch aan het proberen onze banen te behouden. In de weken die volgden zou het me niet lukken oogcontact met haar te maken. Ze deed me denken aan Elsa uit de film Frozen, die overal ijs om zich heen projecteert. Geen kind of ouder waagde zich aan communicatie.

De enige keer dat ik oogcontact kreeg, was dat omdat ze me met een strenge blik vermaande het lokaal te verlaten. Het belletje in haar geheven rechterhand klingelde verwijtend: “Ouders die altijd te laat komen, luisteren ook zelden behoorlijk naar dit belletje. Opvoeden is een vak en omdat jij zo incompetent bent, neem ik het de komende maanden wel over.”

De leerlingen namen gedwee plaats in hun bankjes, pakten kroontjespennen en schriften. Alles trok zich terug in zwart-wit tinten en het gedreun van rijtjes galmde over de gangen. Verder heersten stilte en de geur van gum en werkzweet. Steeds sterker begon het bij me te dagen dat vroeger alles beter was.


Het eindrapport van onze dochter was beter dan de twee daarvoor. Waar ze aanvankelijk klaagde over de radicale strengheid en het gebrek aan beheersing van het digiboard (“Doet dat het niet met krijt?”), zei ze nu vol respect dat ze haar een goede juf vond en eigenlijk ook best wel aardig, op een bepaalde manier. Die laatste bijzin maakte het compliment nog groter.

Het ijs was gebroken, de kleuren schoten weer in het klaslokaal en op de wangen van de kinderen. Vanochtend stond ze met haar armen gekruist voor haar borst. Ze tuurde over haar bril toen ze me, wederom te laat, pratend met een andere ouder zag binnenkomen. Toen ik naast haar stond, knipoogde ze flirterig en zei: “Zal ik dan maar koffie halen?” De act van de strenge juf, wie is er niet ingetrapt?