Copa 71

Rond Internationale Vrouwendag wordt in veel landen (in Nederland bij 2Doc op 7 maart) Copa 71 uitgezonden, een door de zusjes Serena en Venus Williams gecoproduceerde documentaire over het eerste, zeer succesvolle wereldkampioenschap vrouwenvoetbal in 1971 in Mexico. Dit WK is naderhand op alle mogelijke manieren uit de geschiedenis gewist. Tot op de dag van vandaag heeft de FIFA het niet erkend en de beelden zijn vijftig jaar verborgen gehouden.

De beste weerspiegeling van dit duizelingwekkende gegeven wordt zichtbaar in de openingsbeelden met Brandi Chastain, tegenwoordig voetbalcommentator voor de Amerikaanse televisie. Zij won twee keer de wereldbeker met de Verenigde Staten, waaronder het (volgens de FIFA) eerste WK-vrouwenvoetbal ooit, gehouden in China in 1991. Ze krijgt beelden te zien van een gigantisch stadion, vraagt zich hardop af wat ze ziet en of dit een wedstrijd voor mannen is, het is tenslotte allemaal zo groots en daarna schrikt ze: Het zijn de vrouwenelftallen van Argentinië en Mexico die ze het veld ziet oplopen. Ze passen, kappen, draaien en scoren, waarna de Mexicaanse commentator uitzinnig: “Góooooooooool!’ roept. Als ze hoort in welk jaar dit heeft plaatsgevonden, zegt ze dat ze niet kan begrijpen waarom ze dit niet wist. Dat het haar weliswaar blij maakt, maar tegelijkertijd nogal woedend. De rest van de scène zoekt ze naar woorden die ze maar moeilijk vindt, omdat ze daar te razend voor is.

The Guardian spreekt met Gail Emms, dochter van Janice Emms, die als 19-jarige Engelse voor 90.000 mensen had gespeeld in Mexico Stad. Gail zou later wereldkampioen badminton worden. Ze vertelde over de voetbalcarrière van haar moeder en het WK, maar niemand wilde haar geloven. Haar moeder en dier teamgenoten waren inmiddels opgehouden erover te praten, omdat iedereen dacht dat ze gek waren geworden. Het was voor de vrouwen uit alle landen zo’n verwarrende, zelfs traumatiserende gebeurtenis, dat ze er uit schaamte nooit meer over hebben gesproken. 

Ook Gail kon het niet bewijzen. Er waren nergens beelden te vinden, dus er viel niets te googelen. Aan die onzichtbaarheid en miskenning maakt Copa 71, in kleur en met een overweldigend geluid van tot wel 110.000 supporterstijdens de finale, een eind. Het is alsof er een schat is opgedolven en de geschiedenis zo eindelijk kan worden gekend. Nu begrijpt ze beter dan ooit dat zij op de schouders van haar moeder staat. Ze ziet haar over het veld sprinten richting het doel, in dat mooie witte shirt van Engeland eneindelijk is daar de bevrijdende erkenning dat het echt gebeurd is.

Wat de opgevoerde hoofdrolspeelsters in Copa 71 gemeen hebben, is dat zij vanuit hun tenen houden van voetbal en dat zij rebels zijn. Silvia Zaragoza uit Mexico voetbalde haar hele jeugd op straat. Dat mocht niet van haar vader, die vond dat ze zich als een meisje moest gedragen en moest worden klaargestoomd om het huishouden te doen. Als hij thuiskwam en haar zag voetballen, sloeg hij haar. De spanning bij die woorden is nog van haar gezicht te lezen. Maar ze hield van voetbal en ze liet zich niet onderdrukken, dus sprong ze van het dak de straat op en deed het stiekem. 

Wie denkt dat alleen Mexico een conservatief land was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw, komt bedrogen uit. De Engelse Carol Wilson vertelt een soortgelijk verhaal. Als kleuter liep ze met haar vader en moeder (‘snow was in me wellies’) door een pak sneeuw naar het stadion van Newcastle United. Het bulderende geluid deed haar zowel eng als verleidelijk aan. Toen ze begreep dat het geluid van een voetbalwedstrijd kwam en deze daarna bezocht, wist ze: dit wil ik ook. Maar ze had niets te willen, want voetballen was voor meisjes verboden. Korfbal, hoepelen en hockey en verder je mond houden.

Maar rebelser dan Elena Schiavo, spits van Italië, zijn ze niet gevonden. Zij was altijd het enige meisje dat op straat voetbalde. Vaak mocht ze niet meedoen. Als dat gebeurde, sloeg ze er eentje in elkaar, zegt ze droog. Die straatvechtersmentaliteit zou nog een bijzondere rol spelen op het latere toernooi.

Copa 71 toont, mede dankzij historicus David Goldblatt, treffend aan dat er onder meisjes en vrouwen, ongeacht nationaliteit en afkomst, altijd een enorme passie is geweest voor voetbal. In de negentiende eeuw gingen steeds meer vrouwen voetballen en was de sport populair. Tegen 1917 waren er alleen al in Engeland honderd clubs en die aantallen stegen. De beelden daarvan zijn geweldig om te zien. Vrouwen met lang vallende shirts, keurige broeken, maar toch boven de knie en met frivole, Eliza Doolittle-achtige hoedjes op. De grote populariteit van toen was mij totaal onbekend. Het geeft ook aan hoe groot de tegenkrachten zijn geweest. Altijd stuitten voetballende vrouwen op weerstand bij mannen; mannen in voetbalbonden en op andere machtige posities. Artsen verklaarden in wetenschappelijke tijdschriften dat voetballen ongezond was voor vrouwen en dat het hun baarmoeder en eierstokken kon beschadigen. 

In Engeland werd vrouwenvoetbal in 1921 verboden door de bond en elke club die het faciliteerde werd geschorst. Dat verbod was in 1971 net opgeheven, volgens Engelse media nadat de vrouwen er maar lang genoeg over hadden gezeurd. In Brazilië was het voor vrouwen zelfs decennia bij de wet verboden om te voetballen. Pas eind jaren zestig kwam de sport internationaal onder vrouwen weer op gang. Het was een ware revolutie, surfend op de tweede feministische golf. ‘Mannen speelden op gras, wij moesten spelen op zand, maar dat maakte ons niet uit. We moesten spelen! Misschien was het wel een politieke daad’, zegt Elvira Aracén, keepster voor Mexico. De opsomming van vernederingen en bespottingen die de vrouwen over zich heen kregen, is nauwelijks aan te zien.  

Nederland deed niet mee aan het WK in 1971, zij werden kansloos uitgeschakeld door Frankrijk. Nederlandse vrouwen waren slechts twee jaar daarvoor weer begonnen met voetbal, dus erg verwonderlijk was dat niet.

Een genoeglijke bijrol wordt gespeeld door Harry Batt, een man die op zichzelf een speelfilm waard is. Hij was een lokale trainer met een missie om vrouwenvoetbal groot te maken. Het WK kwam toen het verbod op vrouwenvoetbal net was opgeheven, dus het leek erop dat de Engelsen geen team zouden kunnen vormen. Hij had lak aan alle verboden en schuimde heel Engeland af in zijn donkerblauwe Jaguar om zijn elftal samen te stellen en financiering voor de onderneming te ritselen. 

Harry Batt met het Engelse elftal

In 1970 had het WK mannen plaatsgevonden in hetzelfde grote stadion in Mexico, met sterren als de iconische Pelé. De infrastructuur was al aangelegd en zakelijk was het enorm winstgevend. Het waren dan ook ondernemers die het WK voor vrouwen optuigden. Voetbalbonden wereldwijd erkenden vrouwenvoetbal en daarmee dit WK niet. Het maakte de oerconservatieve FIFA furieus. We zien de toenmalige voorzitter Stanley Rous van de FIFA de trap van het hoofdkantoor in Zürich oplopen naast Prins Bernhard. Vrouwen die voetbalden, was de boodschap, waren schandelijk, immoreel en, een heel belangrijk woord, onbescheiden. Ze dreigden clubs die hun stadion beschikbaar stelden met enorme boetes, waardoor het toernooi noodgedwongen alleen kon worden gespeeld in de twee grootste stadions van Mexico, die in bezit waren van het grootste landelijke mediabedrijf. 

Een geweldige promotiemachinerie zorgde ervoor dat al die stoelen bezet waren. Daar wringt de schoen dan wel meteen. Door klachten over ‘manwijven’ en terug moeten naar de keuken, lijkt het de PR-afdeling zaak om vrouwen uit te venten als sexy en ‘vrouwelijk’. Er gaat worden gevoetbald in hotpants, de palen zijn versierd met roze strepen, er zijn schoonheidssalons in de kleedkamers; alles om de twee grote passies van mannen, voetbal en vrouwen, te combineren. Het gaat dus wederom over het mannelijke perspectief en vrouwen mogen wel voetballen, maar alleen als ze knap zijn. 

De speelsters, die veelal niet eens spullen hadden om in te spelen, belanden desalniettemin in hun wildste droom. In de twee maanden tussen aankomst en vertrek worden ze gefêteerd als supersterren.

De beelden over het verloop van het toernooi zijn, wederom, een mix tussen de ontroering van een alles veranderende droom en een brute nachtmerrie en dit alles in bijna mythische proporties. De Deense bus is krakkemikkig en strandt ergens in een woestijn, waarna de Italiaanse ploeg, heerlijk genesteld in een nieuwe bus mét airconditioning, de gestrande vrouwen, tegen wie zij later in Guadalajara spelen, komt halen.

Er is een staking, want al het geld dat verdiend wordt aan de vrouwen verdwijnt in de zakken van mannen. De Mexicaanse ploeg weigert daarom de finale te spelen tegen Denemarken, maar uit liefde voor het spel en het publiek zetten ze niet door. Het winnende team van Mexico troost het Engelse team dat zij versloegen in hun hotel, net als het publiek. De Engelsen, die lang zijn en veel door de lucht spelen, met lange passes en kopballen, leggen het af tegen de hoogte, de hitte en de Mexicanen, die ‘als muisjes’ langs hen heen schieten en sterk zijn over de grond.

De beelden die te zien zijn, vertonen goed, technisch spel, met bij vlagen en soms de hele wedstrijd lang mokerharde overtredingen. Er is een botbreuk, waarna Wilson door haar eigen ploeg van het veld wordt gedragen en er is een impulsdoorbraak bij de destijds beste speelster van de wereld, Elena Schiavo, die de hele Italiaanse ploeg laat ogen als een criminele bende en zowel arbitrage als Mexicanen aanvalt tot op het niveau van een lynchpartij.

Elena Schiavo (r) in gevecht met Silvia Zaragoza (l)

Ze heeft wel een punt, want er wordt heel dubieus gefloten en de scheidsrechter wordt kort daarvoor onredelijk woedend op haar. Zo krijgt het door het thuispubliek voortgestuwde Mexico twee penalty’s en worden van Italië twee weergaloze doelpunten afgekeurd, waaronder een Koemaneske goal uit een vrije trap van Schiavo. Die bereikt een kookpunt waarna ze haar revanche niet meer in sportieve zin komt halen. Ze zegt tegen de Mexicaanse rechtsbuiten Zaragoza, een geweldige speelster en stem in de documentaire: ‘Kom niet dichterbij, Zaragoza, of ik sla je schedel in.’ De wedstrijd eindigt in een regelrechte veldslag, in de tachtigste minuut.

Uitgeschakelde ploegen blijven in Mexico, knippen daar linten door, openen winkels, hebben de tijd van hun leven. Het lijkt een zekerheidje dat de Mexicaanse ploeg de finale wint, maar de Denen zijn twee koppen groter en drie keer beter. Vooral omdat ze beschikken over Augustesen, een zacht meisje van slechts vijftien jaar, dat drie keer scoort. Ik zoek naar haar op internet en zie haar staan, naast haar proostende ouders, ze lijkt sprekend op haar moeder, de lelijke wereldbeker in haar handen die Nikè moest voorstellen, maar dan een versie zonder hoofd en met wielen.

Het verlies van Mexico maakt de drie ringen in het stadion die zwart zien van de mensen stil. Mannen, vrouwen, oma’s, kinderen, iedereen blijft roerloos zitten en huilen. Dan begint er een luid applaus en wordt het weer een feest van waardigheid.

Bij thuiskomst wacht de ploegen het niets. Of erger dan niets, de gesel van de schaamte en de nieuwe verboden. De Deense ploeg komt op tv, maar daarna mogen ze niet meer spelen. Na 1971 is het Mexicaanse team ontbonden. De FIFA is geschrokken van het voetbalfeest en van het feit dat veel meisjes nu popelen om te voetballen. Ze schorsen de speelsters totdat het vrouwenvoetbal weer verdwijnt.

Het is een ontluisterend machtsmisbruik, maar het heeft niet kunnen voorkomen dat vrouwenvoetbal momenteel de snelste groeiende sport ter wereld is en dat de speelsters van nu wél professioneel kunnen spelen. Nu weet iedereen dat deze vrouwen de pioniers zijn die hen zijn voorgegaan. De geschiedenis van vrouwenvoetbal, of eigenlijk voetbal, is hiermee herschreven. Je zou denken dat de tijd is aangebroken voor officiële excuses van de FIFA. 

De Jongen met de Parels

Sebastiaan, blijkt hij te heten. In mijn hoofd “De Jongen met de Parels”. Hij is een bewegend tableau van Vermeer in 2022, tegen de negentiende-eeuwse achtergrond van het Concertgebouw. Tijdens een uitvoering van Verdi’s Requiem klimt hij op zijn stoel en doet zijn zegje, luid en duidelijk. Zoals wel vaker zegt hij daaraan voorafgaand: “Sorry.” Daarna: “We zitten middenin een klimaatcrisis en wij zijn als het orkest op de Titanic dat rustig blijft spelen terwijl het schip al aan het zinken is.”

“Hij zit midden in een klimaatcrisis, zij midden in een requiem.

Veel meer dan dat zegje wordt het niet, want enkele bezoekers trekken hem opvallend snel, bijna vakkundig naar buiten. Die knokkersmentaliteit had niemand achter ze gezocht. Andere bezoekers applaudisseren. Hij zit midden in een klimaatcrisis, zij midden in een requiem. Nu even niet beginnen over smeltende poolkappen en dat de zee ons komt halen, straks het glas wijn en de nootjes van Gotjé. 

Nu heb ik een zwak voor jongens met parels. Het zijn jongens die zich bevinden tussen jeugd en volwassenheid, tussen stereotypes van man en vrouw, die al voorgaan richting de nieuwe wereld. Jongens met verachting voor de conventies die ze vermalen. Ze weigeren om klakkeloos carrière te maken en geld te verdienen zoals hun ouders dat deden. Ze vragen zich af hoe ze van groter nut kunnen zijn, zoeken erkenning en proberen deze te geven aan de miskenden, tegen de klippen van hun eenzaamheid op. 

Echt moedig ben je als je je stem durft te verheffen, als je mensen ongemakkelijk en boos durft te maken

In de film over David Bowie, overigens een aanbevelenswaardige trip van een film, was een rij fans te zien bij een van de concerten van Bowie. Ze waren allemaal fan om dezelfde reden: verliefd adoreerden zij zijn uniciteit, zijn vermogen om telkens een andere gedaante aan te nemen. Ze hunkerden naar een onconventioneel leven en hadden zich vervolgens allemaal zo uitgedost als hij. Met een grote, Alice Cooper-achtige omtrek van make-up om één oog, punkhaar en dito kleding. De imitaties waren zo goed dat het leek te gaan om kandidaten voor de Playbackshow.  

Beminnelijke pogingen tot het vormen van een eigen stem, al even beminnelijk mislukt. Echt moedig ben je als je je stem durft te verheffen, als je mensen ongemakkelijk en boos durft te maken, wetende dat je waarschijnlijk uitstoting en geweld staat te wachten en in veel gevallen een rechtszaak en een strafblad.

Er is een schrijnend gebrek aan erkenning voor de jongvolwassenen van nu. Ze schoppen ouderwets tegen hun ouders, maar dit keer met een totaal nieuwe toon en inhoud. Zij zijn de volwassenen in de relatie, hun ouders de kinderen. Ik had Sebastiaan eerder gezien, bedacht ik. Het was in de documentaire van 2Doc: “Klimaatrebellen, tussen hoop en wanhoop”, waar hij met zijn moeder praat en haar vraagt: “Waarom heb je mij geboren laten worden?”

Zij was vroeger zelf ook een activiste. Ze lag op straat tijdens een “die-in”, waarbij je voor dood gaat liggen bij wijze van protest en demonstreerde in Denemarken tegen het militarisme. Ze had er wel lang over nagedacht, zei ze. Maar ze had er geen spijt van dat ze hem had gekregen, uiteindelijk toch omdat ze dit zelf zo graag wilde. 

“Ik kan geen kinderen meer krijgen”, zei hij. “Ik heb altijd stress en ik ben bang voor de ineenstorting van de maatschappij.” Zij ontkent de crisis in het hele gesprek niet. “Toch is het bestaan de moeite waard”, zegt ze. “Mensen in oorlogsgebieden zeggen toch ook niet dat dit niet zo is?”

Sebastiaan deed zijn best zijn moeder te bereiken en zij was al een stuk verder op weg dan haar generatiegenoten in het Concertgebouw. Ik kom er vaak. Er zitten niet alleen rijke, oude mensen uit Amsterdam, maar mensen uit allerlei generaties, beroepen en windstreken. Het is een piekfijne plek om zo’n punt te maken en omdat er aardig wat publiek zit, krijg je meteen een reactie. Je maakt niets stuk, het is vreedzaam, je bent in het huis van de kunsten, die andere bron des levens naast de natuur die behoed dient te worden, maar die ook aanzet tot verandering en confrontatie. Daar moet toch enig gehoor te vinden zijn?

Zou ik durven roepen: ‘Laat hem uitpraten?’ Zou ik klappen voor hem?”

Wat zou er gebeuren als het publiek de verstoring zou aanvaarden en de jongen liet uitpraten? Zou ik durven roepen: “Laat hem uitpraten?” Zou ik klappen voor hem? In de documentaire zit hij met een bord om zijn nek met de tekst: “Ik ben bang om oud te worden door de klimaatcrisis” op een weg in de bebouwde kom van een stad in Nederland. Auto’s toeteren en dan komt de politie en rolt hem, na een kort overleg met hem of hij zelf zal opstaan, naar de stoep. Uit de ramen hangen mensen die naar beneden roepen: “Goed van je, man! Respect!” De automobilist die het langste moest wachten en al die tijd oog in oog met hem zat, passeert hem en steekt vanuit het open raam zijn duim op.

Activisme is een noodzakelijke voorhoede die moet aanzetten tot een reactie, tot verandering, tot handelen. Over de klimaatcrisis valt niet meer te discussiëren. Die is er en iedereen zal het merken. Dat ontkennen is met open ogen op de klanken van het orkest zinken als een baksteen.

Deze actie stemde mij tot mijn verbazing opgelucht. Eindelijk werden er geen schilderijen op vreemdsoortige manieren aangevallen. Activisme moet pijn doen, maar het besmeuren van weerloze meesterwerken is wat mij betreft een al te pijnlijk en beperkt idee, waarbij ook nog eens, wel degelijk, onvervangbare schoonheid kan worden beschadigd. 

Dit deed ook pijn, voor het orkest en voor het publiek, maar er werd niets beschadigd. Bovendien roept het een dialoog op. De verandering kan ter plaatse beginnen. Alles wat daarvoor nodig is, is dat men de Jongens met de Parels en hun inconvenient truth wil horen. 

Strenge juf

Soms zag ik haar over het schoolplein snellen met lange bonenstaakbenen onder een rok tot over de knie, zoals het een klassieke juf betaamt. Het knotje droeg ze ook, meer grijs dan zwart inmiddels, de leesbril was eveneens present. Ze was allang gepensioneerd en bracht haar kleinzoon naar de school waar ze had gewerkt. Juf Maria, de juf die uit een kinderboek leek te zijn weggelopen. 

Toen de meester van groep vijf was uitgevallen omdat hij als bij donderslag was getroffen door een hartinfarct, viel juf Maria in. Docenten zijn schaars tegenwoordig en wij mochten onze handen dichtknijpen dat zij hiertoe bereid was, anders hadden onze kinderen nu thuis gezeten en waren wij panisch aan het proberen onze banen te behouden. In de weken die volgden zou het me niet lukken oogcontact met haar te maken. Ze deed me denken aan Elsa uit de film Frozen, die overal ijs om zich heen projecteert. Geen kind of ouder waagde zich aan communicatie.

De enige keer dat ik oogcontact kreeg, was dat omdat ze me met een strenge blik vermaande het lokaal te verlaten. Het belletje in haar geheven rechterhand klingelde verwijtend: “Ouders die altijd te laat komen, luisteren ook zelden behoorlijk naar dit belletje. Opvoeden is een vak en omdat jij zo incompetent bent, neem ik het de komende maanden wel over.”

De leerlingen namen gedwee plaats in hun bankjes, pakten kroontjespennen en schriften. Alles trok zich terug in zwart-wit tinten en het gedreun van rijtjes galmde over de gangen. Verder heersten stilte en de geur van gum en werkzweet. Steeds sterker begon het bij me te dagen dat vroeger alles beter was.


Het eindrapport van onze dochter was beter dan de twee daarvoor. Waar ze aanvankelijk klaagde over de radicale strengheid en het gebrek aan beheersing van het digiboard (“Doet dat het niet met krijt?”), zei ze nu vol respect dat ze haar een goede juf vond en eigenlijk ook best wel aardig, op een bepaalde manier. Die laatste bijzin maakte het compliment nog groter.

Het ijs was gebroken, de kleuren schoten weer in het klaslokaal en op de wangen van de kinderen. Vanochtend stond ze met haar armen gekruist voor haar borst. Ze tuurde over haar bril toen ze me, wederom te laat, pratend met een andere ouder zag binnenkomen. Toen ik naast haar stond, knipoogde ze flirterig en zei: “Zal ik dan maar koffie halen?” De act van de strenge juf, wie is er niet ingetrapt?