Het bal

Mijn even charmante als doortastende gezelschap had kaartjes weten te bemachtigen. Dat valt niet mee als de voorstelling drie dagen geleden is gepland en er beperkt plaats is. Uitgehongerd begaf het publiek zich naar de Rabozaal (je kunt niet alles hebben.) Het ging langs opgeveerde dames met bordjes waarop stond te lezen dat het mondkapje op moest blijven tot je zat en dat de wc van de dames links was en die van de heren beneden. Dit in tegenstelling tot de knusse genderneutrale versie in het oude gebouw, waar ik plassende voort een vriend tegenkwam, ook uit zijn winterslaap herrezen. Spontaan vrienden tegenkomen, dat kan dus weer. 

Godzijdank hadden ze in de Stadsschouwburg niet werkelijk anderhalve meter en dus drie of vier lege stoelen uitgemeten, maar kreeg het publiek bij binnenkomst de door het mondkapje half verstaanbare opdracht die stoelen te kiezen twee stoelen verwijderd van de andere gelukkigen. Dat werkte prima. De zaal leek ouderwets gevuld en er kon luid genoeg worden gejoeld om te vieren dat de honger eindelijk was gestild. Kesting en Hebink speelden uit stand iedereen de moeder, heel passend voor een stuk als Oedipus. 

Binnenstebuiten gekeerd stapten de toeschouwers de deur uit, een andere wereld in. Als veegwagens reden een stuk of tien politiebussen de diverse zijden van het Leidseplein op. Een kutplein zonder enige sfeer of statuur en dat was meteen het enige dat hetzelfde was. 

De avond was nog niet lang gevallen en de stad nog niet lang genoeg in hergebruik genomen om te ruiken naar verschaald bier en urine. Het rook er naar helemaal niets. De straten waren nog niet bezaaid met stukgevallen glazen waar de echte veegwagens de volgende ochtend voor moesten uitrukken. Op het hele plein lag slechts één spoortje glas, waar ik precies mijn fietsband doorheen wist te rijden. 

De jongeren waren eindelijk losgelaten en ze wisten niet precies wat ze met die herwonnen vrijheid aan moesten. Dat culmineerde in: Naar het Leidseplein!, zoals iedereen die de stad niet goed kent wordt gezogen naar dat lelijke gat. Je zag ze hunkeren naar iets, zoeken en nog niet vinden. Er was iets met achter knappe meisjes aanlopen en dingen naar ze roepen, gegiechel terug, blowen en bij McDonalds eten, maar het verliep allemaal heel verstrooid en in kluitjes van aan elkaar hangende seksen op zoek naar oriëntatie. Hoe doen we dit ook alweer, dwarrelden de kluitjes. 

Dronken waren ze al wel, want je moet vroeg pieken als alles om 22 uur dichtgaat.  Het begon te lijken op een aanzwellend opstootje. Geschreeuw, jongens die naar buiten werden geduwd, slingers van mensen die zich in de enige tram naar huis probeerden te wurmen. Daar ging de anderhalve meter. Als je niet beter wist zou je zeggen dat het drie uur ’s nachts was, maar het was 21.45 uur, de tijd waarop alles op scherp wordt gezet, vlak voor de handhaving. 

Een Ier genaamd Martin slingerde zich fietsend ter hoogte van een donker Paradiso naast ons en vroeg onze namen. Hij woonde in Oost en sprak een beetje Nederlands, waaronder een natuurlijk klinkend: “Sjonge jonge.” 

“Merel”, zei ik, waarna hij “Mier?” terugzei. Onvermijdelijk kwam het gesprek op Meryl Streep, op wie hij toegaf toch wel een kleine crush te hebben. “Wie niet?” smachtten wij in koor, waarop Martin liederlijk doch onderhoudend confabuleerde dat Meryl hem ook zag zitten en hem had gevolgd naar Amsterdam. Hoe ze hem stalkte, hoe ze hem complimenteerde over zijn onberispelijke Nederlands, hoe hij haar woordjes leerde nadat ze elkaar eindelijk hadden ontmoet op de Dappermarkt en hoe hij er verontwaardigd achterkwam dat haar ouders al dood waren en zij inmiddels 200 jaar was. 

“Het maakt niet uit, Martin”, zei ik. “Zij zal je harder afwijzen dan jij haar en daarna neem ik haar mee naar de Stadsschouwburg, waar we kijken naar Hans Kesting die zij niet verstaat en waar ze toch van onder de indruk is. Haar hand zal zich in het donker van de voorstelling voorzichtig in de mijne vlijen.”

“Haha”, lachte Martin met Ierse tongval, ”tot zjiens!” In een vloeiende gebogen lijn boog hij af naar de Linneausstraat. Het bal des levens was heropend.

2 gedachten over “Het bal

Plaats een reactie