Blooot

Rondspringende kalveren in de wei, niet te veel en hopelijk hebben ze alle ruimte, is het gras groen en biodivers geschakeerd met klaver, cichorei, boterbloemen, veldzuring en wat dies meer zij. Lammetjes, o, lammetjes, ik kan veel hebben, maar lammetjes maken mij tot moes. Bloesems aan de bomen, sneeuw die als veertjes over de straten dwarrelt. Zelfs de vette krokussen van de biologische bollenboer, vorig jaar nog in een race tegen de klok door mij met de hand zorgvuldig ingegraven omdat de kinderen er even geen zin in hadden zich bezig te houden met de natuur, ze schoten al uit in hun bakje op de piano en toen heb ik ze biddend in de aarde gelegd, schieten dit jaar weer omhoog tussen de hazelnoten en struikgewassen waar nog geen blad aan valt te ontwaren.

Was u ook zo springerig, een beetje opgewonden? Gebeurden er lichamelijk en geestelijk dingen met u die u in het midden van de winterdepressie, een week geleden nog knellend als een te kleine jas, niet had kunnen bevroeden? Nou, bij mij wel. Ik kreeg er gewoon weer zin in toen ik al die aardse sappen zag stromen. Aan de natuur ligt het niet. Zij regent gewoon braaf, zij wordt warm en koud, verbergt het leven in zich en perst het er langzaam uit. Zij probeert er het beste van te maken. 

Gisteren fietste ik door het centrum van het centrum van de stad en schampte met mijn voorhoofd tegen een hele dikke hommel. Zaken die vroeger misschien tot irritatie leidden omdat het in dergelijke straten een gedrang was van fietsers en insecten kunnen tegenwoordig dankbaarheid ontlokken en een vertwijfeling die grenst aan een waanbeeld. Want wie zal mij geloven? Een heuse hommel! 

Mijn lentekriebels werden kortstondig verdrongen door de georkestreerde ophef over het voorlichtingsprogramma “Lentekriebels” dat de Rutgers Stichting in samenwerking met de GGD’s al zeker vijftien jaar aanbiedt aan basisscholen.

DENK deed er nog een schepje bovenop door te fulmineren over ‘blooot’, want gadverdamme, je moet er toch niet aan denken dat je onder je kleren allemaal bloot bent en een lichaam hebt.”

Baudet bevroeg de minister voor Onderwijs Wiersma tijdens het vragenuur en manipuleerde en loog zo de volwassenen die toch al neigden naar het aartsconservatieve Amerikaanse discours over seksualiteit en tegen wokeness en LHBTIQ+, in de richting van afkeer voor dit programma. DENK deed er nog een schepje bovenop door te fulmineren over ‘blooot’, want gadverdamme, je moet er toch niet aan denken dat je onder je kleren allemaal bloot bent en een lichaam hebt. Dat dit niet de partijen zijn waar veel mensen op stemmen deed er even niet toe, social media sloegen erop aan, de Rutgers Stichting werd aangevallen, op de radio moest een pedagoge uitleggen wat we godzijdank allang al weten.

Het was een moment om Ellen Laan enorm te missen. Haar hadden ze zeker opgebeld en dan was ze vol vuur, kennis en relativering ingegaan op de ophef. Zo oud als de wereld. Het had haar als seksuologe vast teruggebracht naar andere tijden, zeg de jaren vijftig. Er gaat overigens geen decade voorbij of dit soort sentimenten herleven.  

In een kop van de NOS stond: ‘Ouders maken zich zorgen over de normalisering van seks bij kinderen.’ Zelf zou ik denken dat ze dit kunnen toejuichen en zich pas zorgen moeten maken als het wordt geabnormaliseerd.” 

Geef kinderen toch ook de kans om ‘gadverdamme’ uit te roepen bij het hele idee van zoenen, om te giechelen en zelf hun moment van ontwikkeling te vinden. Laat ze voelen dat ze nog ver willen blijven van het andere geslacht(sdeel), maar geef ze als ze douchen de gelegenheid om rustig te kijken naar hun eigen geslachtsdeel, hun lichaam zoals het is, eraan te voelen en het te onderzoeken. Een oor dat terugflapt, een teen die zich verstopt onder een andere teen, de plooibaarheid van een balzak, het maffe van tepels. 

De mens is een seksueel wezen, zoals alle dieren. Laat kinderen toch met rust door daar geen taboe op te leggen dat enerzijds leidt tot de preutsheid van in de kleedkamer douchen met je kleren aan en aan de andere kant tot de verwrongen penetratieporno die ze stiekem zullen zien, met alleen enorme piemels en gladde kutten die van alles zouden willen, zolang het maar passief is. 

In een kop van de NOS stond: “Ouders maken zich zorgen over de normalisering van seks bij kinderen.” Zelf zou ik denken dat ze dit kunnen toejuichen en zich pas zorgen moeten maken als het wordt geabnormaliseerd. 

Eigenlijk is dit een les voor ouders in omgaan met misinformatie en desinformatie. Als ouders zorgen hebben, is dat een teken van betrokkenheid. Prima, maar informeer je dan wel goed, door met je kind te praten, hierover te lezen of desnoods een korte check met de docent. Een tip voor wat je niet moet doen is het kwijtraken van het onderscheid tussen bezorgdheid en wantrouwen. Kortgezegd: als iemand het woord ‘pedofilie’ gebruikt als hij praat over seksuele vorming, ren dan heel hard weg. Je wilt je kinderen gezond en veilig in de wereld zetten. Het laatste dat je dan kunt gebruiken is geloven dat seks een taboe is, homoseksualiteit smerig, besmettelijk en dat het gelijk valt te schakelen met pedoseksualiteit. Waarschijnlijk schieten je kinderen er niets mee op door te worden onderdrukt en evenmin door te denken dat sommige bestuurders eigenlijk reptielen zijn. Mocht iemand dus tijdens het vragenuur zeggen dat ‘de sluipende normalisering van pedofilie ook moet stoppen’, sta dan eens stil bij het fenomeen projectie; wie bedenkt dit en waarom zegt hij dit? 

“Kinderen die een goede seksuele en relationele vorming hebben gekregen, worden op latere leeftijd seksueel actief. Zij zijn weerbaarder, wat de kans op allerlei vormen van seksueel geweld helpt verkleinen.”

Ouders die hun kinderen hebben gevraagd wat er was besproken in de lessen kregen bijvoorbeeld te horen dat ze hadden besproken dat je iemand lief kunt vinden en verliefd kunt zijn (groep 3), dat je het beter eerst kunt vragen als je iemand knuffelt en dat je ook nee mag zeggen als anderen je aanraken (groep 5), dat homo geen scheldwoord is (groep 8), dat het niet uitmaakt hoe je eruitziet en dat iedereen bijzonder is (groep 6), wat een naturistencamping is (blooot!) en dat ze lammetjes hadden zien worden geboren op de boerderij.

Want nu de feiten, hoewel ik begrijp dat het tegenwoordig heel gevaarlijk kan zijn je op feiten te baseren: Seksuele voorlichting op school bestaat al als kerndoel voor de overheid sinds 2006. De lessen worden jaarlijks gegeven en door kinderen leuk gevonden. Ze zijn afgestemd op het ontwikkelingsniveau van de kinderen. Elk jaar wordt aan dit programma geschaafd, gebaseerd op nieuwe kennis en feedback van kinderen en docenten. Scholen kiezen zelf voor een bepaald programma. 

Kinderen die een goede seksuele en relationele vorming hebben gekregen, worden op latere leeftijd seksueel actief. Zij zijn weerbaarder, wat de kans op allerlei vormen van seksueel geweld helpt verkleinen. Ik heb jaren gewerkt bij de Kindertelefoon voordat ik psycholoog werd. Daar heb ik ontelbare gesprekken gevoerd over seksuele voorlichting en helaas ook met kinderen die aangerand, verkracht of misbruikt waren. Dat gebeurt meestal niet door een man in de bosjes, maar het is een glijdende schaal met bekenden, waardoor het heel helpend kan zijn te weten dat je nee mag zeggen, te zien wat wel en niet oké is en hier een weg mee te vinden. Ook vanuit daderperspectief is seksuele vorming onontbeerlijk. 

Daarnaast zijn kinderen met een gezonde seksuele ontwikkeling op latere leeftijd relationeel verbondener en hebben ze minder vaak SOA’s en ongewenste zwangerschappen. Ze zijn geïnformeerd, gelijkwaardiger en toleranter voor diversiteit. 

Pas sinds 2016 is de kennis over de clitoris een grotere rol gaan spelen en dit jaar is er voor het eerst een demomodel van. De 500 beschikbare exemplaren waren in korte tijd allemaal besteld door scholen. Dit is belangrijk omdat de clitoris niet zichtbaar is, zoals wel de piemel, die door jongens elke dag wordt vastgehouden en gezien. Achterliggende gedachte, mede op basis van Ellen Laans wetenschappelijke onderzoeken, is dat er seksuele ongelijkheid is. Dit leidt tot seksuele- en emotionele problemen bij zowel mannen als vooral vrouwen, zoals de orgasmekloof. Er ligt een overmatig accent op penetratieve seks, waarbij het plezier en de opwinding van de vrouw ondergeschikt zijn. Vrouwen komen minder vaak klaar en hebben vaker last van pijn bij het vrijen. Mannen hebben steeds vaker last van erectieproblemen en faalangst. 

Wel zo prettig als zowel jongens als meisjes zich, om te beginnen, bewust worden van de anatomische verschillen. En dat het woord ‘schaamlippen’, de kuisheidsgordel van het seksuele taalgebruik, in de prullenbak is verdwenen. Dat de clitoris net als de penis zwellichamen heeft en dat ze ook qua grootte en werking veel gelijkenissen met de penis vertoont, is niet alleen een onontbeerlijke biologieles, maar ook een belangrijk vertrekpunt.

Mensen die zeggen dat ouders beter seksuele voorlichting kunnen geven dan scholen, hebben ongelijk. Hoewel veel ouders dit prima kunnen, goed doen én van hun kinderen mogen, geldt dat voor andere ouders en kinderen niet. Bovendien is dat soort vorming iets heel anders dan een klassikale uitwisseling. Thuis én op school, met humor en plezier, dat zou mooi zijn. 

Mazzelpikken zijn we, dat we wonen in dit land. Misschien komt het nog eens goed met de figuurlijke bloemetjes en bijtjes in de wereld. Wat zal die hommel daar jaloers op zijn.

2 gedachten over “Blooot

Geef een reactie op Merel de Vries Reactie annuleren